Het leren van een taal in een Tandem

[Definition | Tandemprinzipien | Tandem in verschillende contexten | Bibliografie]

Het leren van een taal in een tandem is autonoom leren dat doorgaans talencursussen niet vervangt maar deze aanvult en vaak ook begeleidt. Het neemt in het leerproces een soortgelijke plaats in als de zelfstandige voorbereiding en verwerking thuis, het leren met kranten, boeken, radio- en tv-uitzendingen of video’s in de vreemde taal, of het leren door communicatie met native-speakers, bijvoorbeeld tijdens een verblijf in het buitenland of in een briefwisseling.

Met de genoemde leervormen buiten het reguliere onderwijs om heeft het leren in een tandem veel gemeen. Er is bijvoorbeeld voornamelijk sprake van leren door middel van communicatie in de vreemde taal en de effectiviteit van het leren is afhankelijk van de communicatieve strategieën en leertechnieken waarover de leerder beschikt. Maar er bestaan ook belangrijke verschillen.

Definitie

Leren in een tandem kan als een vorm van open leren gedefinieerd worden waarbij personen met verschillende moedertalen in tweetallen samenwerken,

Talen leren in een tandem is leren door middel van authentieke communicatie met een native-speaker die voor de partner als model fungeert en de ander niet alleen kan corrigeren, maar ook bij uitdrukkingen in de vreemde taal kan helpen. Aangezien beide partners tenminste over basiskennis op het gebied van taal en cultuur van de ander beschikken, kunnen zij deze kennis inzetten om elkaar te helpen, bijvoorbeeld door uitleg in de vreemde taal te geven of door te vergelijken.

Leren in een tandem is altijd communicatie tussen leden van verschillende taalgemeenschappen en culturen en maakt zodoende ook intercultureel leren mogelijk.

Het principe van wederkerigheid

Een centraal begrip voor de taalverwerving in een tandem is het principe van wederkerigheid dat als volgt kan worden samengevat:

Beide partners moeten de bereidheid tonen en ertoe in staat zijn om net zo veel voor de ander te doen als zij zelf van hun partner verwachten. Ze moeten niet alleen evenveel tijd aan beide talen besteden maar ook evenveel investeren, of het daarbij nu gaat om de omvang van de voorbereiding, de inzet voor het studiesucces van de ander of de aandacht voor formulerings- of begripsproblemen van de partner.

Dit principe benadrukt ook een van de grote voordelen van het leren met tandempartners ten opzichte van normale communicatieve situaties tussen leerders en native-speakers, waarvan meestal alleen de leerder profiteert. Bij het leren in een tandem zien beide partners in elkaar de leerder. Zij hebben daarom allebei minder schroom bij het gebruiken van de vreemde taal dan in een onderwijssituatie of in het bijzijn van native-speakers. Aangezien beide ook voortdurend zelf ondervinden hoe het is om een vreemde taal te leren, zijn zij eerder dan andere sprekers van de doeltaal bereid om geduldig en subtiel op de leerbehoeften, vragen en wensen van de partner in te gaan.

Het principe van autonomie

Het tweede belangrijke principe van het tandemleren is het principe van autonomie van de leerders:

De tandempartner staat als expert voor zijn eigen taal en cultuur ter beschikking. Hij kan naar wens voorlezen, over door de partner gekozen thema’s spreken, fouten verbeteren, verbeteringsvoorstellen doen enz. Maar aangezien hij doorgaans niet als leraar is opgeleid, kan de selectie van leerdoelen en -methoden, een professionele taalvoortgangsdiagnose of leerevaluatie net zo min van hem verwacht worden als het systematisch aanbieden van de leerstof (b.v. in de vorm van grammaticale regels).

Het benadrukken van de verantwoordelijkheid voor het eigen leren is voorts van belang omdat doelen en methoden zelden voor beide partners gelijk zijn, want meestal hebben zij verschillende leerervaringen en -behoeften. Gemeenschappelijke opdrachten voor beide partners zijn alleen in enkele gevallen zinvol, bijvoorbeeld tijdens intensieve tandemcursussen. Zelfs dan moet rekening worden gehouden met de verschillende mogelijkheden en interesses van de partners. Aangezien zij op het gebied van de eigen taal en cultuur altijd beter op de hoogte zijn dan zelfs de gevorderde leerder, kan ook bij grotere niveauverschillen tussen de partners een vruchtbare samenwerking ontstaan.

Het leren in een tandem biedt beide partners de mogelijkheid om toepasbare vaardigheden op het gebied van het autonoom leren van een taal te verwerven en hiermee te oefenen. Hoe beter de samenwerking verloopt om aan de eigen leerbehoeften en aan die van de partner te voldoen, hoe groter de kans dat zij vaardigheden ontwikkelen die in andere autonome leersituaties – bijvoorbeeld tijdens een verblijf in het buitenland – weer kunnen worden ingezet.

Tandem in verschillende contexten

Het leren van talen in een tandem is de afgelopen 30 jaar in zeer verschillende leercontexten ingezet. Zo bestonden al aan het eind van de jaren zestig tandemcursussen (vgl. Brammerts, 1993; Calvert, 1992; Herfurth 1993; Wolff 1982 a) bij Duits-Franse jeugduitwisselingen en aan het eind van de jaren tachtig ontstonden tandempartnerschappen tussen toeristen en VT-leerders in het gastland (Wolff 1982b) en partnerschappen tussen studenten met verschillende moedertalen aan universiteiten (Müller, Schneider & Wertenschlag, 1988). De laatste jaren worden in toenemende mate ook bijscholingsbijeenkomsten volgens het tandemprincipe georganiseerd voor leden van dezelfde beroepsgroep uit verschillende landen. Actuele overzichten over organisatievormen voor het leren van talen in een tandem zijn te vinden bij Brammerts & Calvert (1996), Herfurth (1994), Pelz (1995) en Wolff (1994).

© 1996 Brammerts, Gaßdorf